Week 1 · donderdag: een team bewust vormen
Theorie groepsdynamiek, hoofdstukken 2 en 3 (Rulkens-Zielman, 2018); Sheets donderdag week 1 (850906), dia 9-20Groepsdynamica gaat over de processen tussen groepsleden. Teamontwikkeling betekent dat je die processen bewust beïnvloedt. Een interventie is daarvoor een actieve, geplande ingreep. Begin met kijken hoe het team nu werkt, in plaats van meteen een activiteit te kiezen.
| Tuckman: fase | Wat zie je? | Valkuil uit de les |
|---|---|---|
| Forming | Mensen leren elkaar, hun rol en hun taak kennen. | Kennismaking afdoen met een verplicht voorstelrondje. |
| Storming | Verschillende belangen en gedrag veroorzaken wrijving; rollen worden duidelijker. | Machtsspelletjes, subgroepen en mensen die afhaken. |
| Norming | Afspraken, taakverdeling, loyaliteit en groepsgevoel groeien. | Een gesloten, alleen op zichzelf gericht team vormen. |
| Performing | Samenwerking en gedeelde en individuele verantwoordelijkheid gaan soepel samen. | Het team niet onderhouden of direct vanuit een nieuwe groep op deze fase mikken. |
De les benadrukt dat je invloed hebt op elke fase en kunt teruggaan als het fundament ontbreekt. Het e-book noemt daarnaast adjourning: het uiteengaan van een tijdelijk team. De vier vormingsfasen staan centraal in de dia’s.
| Lencioni: van basis naar top | Gewenst gedrag | Bedreiging |
|---|---|---|
| Vertrouwen | Kwetsbaarheid tonen, hulp vragen, talenten en ontwikkelpunten delen. | Onkwetsbaarheid |
| Constructieve conflicten | Echt zeggen wat je denkt en verschillen bespreken. | Kunstmatige harmonie |
| Commitment | Glasheldere afspraken en instemming met de best werkbare oplossing. | Onduidelijkheid |
| Verantwoordelijkheid | Jezelf en elkaar aanspreken op gedrag en prestaties. | Lage standaard |
| Gezamenlijk resultaat | Persoonlijke belangen ondergeschikt of hoogstens gelijk aan het teambelang. | Status en ego |
De lagen bouwen op elkaar voort. Zonder vertrouwen wordt een eerlijk meningsverschil moeilijk; zonder het echte gesprek blijven afspraken onduidelijk. Commitment is niet hetzelfde als wachten op volledige consensus. Maak duidelijk wie wat doet, waar, wanneer, waarom en hoe.
- Interactie: elkaar constructief beïnvloeden. Assertiviteit betekent opkomen voor het team zonder de ander te benadelen.
- Teamleren: met en van elkaar leren en het gedrag aanpassen aan de omgeving.
- Laat na taakverdeling ieder in eigen woorden herhalen wat zijn actie is. Deze confirmation briefing maakt misverstanden zichtbaar.
Week 1 · vrijdag: handelingscyclus en onderzoekscyclus
Theorie PDOVE: Leen & Mertens (2021), boek p. 19-37; Sheets donderdag week 2 (850909), dia 22-38; vrijdag week 1 (850871)| PDOVE-fase | Centrale vraag | Wat lever je op? |
|---|---|---|
| Probleemidentificatie | Wat is de aard van het probleem? | Zichtbaar probleem, beïnvloedbare oorzaken en een hoofdvraag. |
| Diagnose | Wat zijn de oorzaken of wat is het verschil met de gewenste situatie? | Onderbouwd inzicht in de bestaande situatie. |
| Ontwerp | Welke oplossing bereikt het doel? | Criteria, uitgewerkte alternatieven en een keuze. |
| Verandering | Hoe voer je de oplossing in? | Acties en daadwerkelijke invoering. |
| Evaluatie | Is het doel bereikt en waarom wel of niet? | Oordeel over het resultaat en eventuele vervolgstappen. |
Na elke fase volgt een beslissing. Een diagnose analyseert eerst de bestaande situatie en werkt niet naar een al gekozen oplossing toe. Bij een probleembepalende diagnose maak je vooral de gap tussen huidige en gewenste situatie zichtbaar. Bij een probleemverklarende diagnose zoek je naar werkelijke oorzaken.
De zes fasen van de onderzoekscyclus
- Probleemanalyse en conceptueel ontwerp: baken het vraagstuk af en werk doel, vraagstelling, theorie, model en deelvragen uit.
- Technisch ontwerp: kies strategie, databronnen, methoden en planning.
- Dataverzameling: verzamel informatie die de vragen kan beantwoorden.
- Data-analyse: onderzoek de verkregen informatie.
- Conclusies en aanbevelingen: beantwoord de vraag op basis van de analyse en adviseer de opdrachtgever.
- Rapportage en presentatie: leg de uitkomsten uit aan belanghebbenden.
Het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek verbindt beide cycli. In elke handelingsfase kan een aparte kennisvraag en een afzonderlijk onderzoek nodig zijn. De resultaten van de vorige fase vormen de basis voor de volgende. Ontbreken die, dan moet je teruggaan.
Kwaliteit en bewijs
| Kwaliteitseis | Vraag die je jezelf stelt |
|---|---|
| Relevantie | Is de uitkomst bruikbaar voor het concrete probleem van de opdrachtgever en komt die op tijd? |
| Betrouwbaarheid | Sluit mijn uitvoering toeval voldoende uit? Zijn ongeveer dezelfde resultaten onder andere omstandigheden mogelijk? |
| Validiteit | Passen mijn indicatoren bij wat ik wil weten en kloppen de gelegde verbanden? |
| Constructvaliditeit | Meet ik daadwerkelijk het bedoelde begrip? |
| Interne validiteit | Klopt de redenering van mijn bewijs naar mijn conclusie? |
Evidence-based practice combineert kritisch denken met bewijs uit wetenschap, ervaring van professionals, belanghebbenden en gegevens binnen en buiten de organisatie. De stappen zijn: de kennisvraag formuleren, informatie zoeken, kwaliteit en relevantie beoordelen, informatie samenvoegen, toepassen en het besluit beoordelen. Niet ieder eenvoudig vraagstuk vraagt een volledig onderzoek; de benodigde bewijskracht en de complexiteit bepalen de grondigheid.
Onderzoek vraagt ook zorgvuldig handelen: deelnemers doen vrijwillig mee, kennen doel en werkwijze en hun gegevens worden vertrouwelijk en liefst anoniem verwerkt. Sta stil bij gevolgen voor deelnemers en presenteer uitkomsten eerlijk.
Week 1 · rapportagetechniek en portfolio-opbouw
Rapportagetechniek deel 1 (905889), dia 4-12; donderdag week 1 (850872); Toetsinformatie (850870)De titelpagina bevat een informatieve titel en subtitel, auteursgegevens en studentnummer, datum, plaats en jaar, de instelling of het bedrijf waarvoor en waardoor het rapport is geschreven en een versienummer. Maak de titel kernachtig en laat het verband tussen onderwerpen zien.
- Nummer de onderdelen van de kern en neem ongenummerde tussenkopjes niet op in de inhoudsopgave.
- Gebruik voor bijlagen nummers en informatieve titels.
- Laat titels in de inhoudsopgave exact overeenkomen met die in de tekst.
- Zorg voor overzicht en plaats paginanummers onder elkaar.
- Maak tijdig een inhoudsopgave en formuleer hoofdstuk- en paragraaftitels informatief.
Een vragenschema helpt bepalen wat een hoofdstuk op paragraaf- en alineaniveau moet beantwoorden. In week 2 werk je hiermee een hoofdstuk over probleemidentificatie uit en verwerk je feedback. De aparte uitleg-PDF is niet beschikbaar.
Plagiaat is werk of ideeën overnemen zonder correcte bronvermelding en als eigen werk presenteren. Dit geldt ook voor afbeeldingen, tabellen en code. De les verwijst voor APA en brongebruik naar de HAN Bibliotheek; de volledige APA-uitleg is niet opgehaald.
Week 2 · donderdag: de Lego Game en het processchema
Sheets donderdag week 2 (850909), dia 4-20, inclusief symboollegenda in dia 17; Processchema maken (850894), Description.Text; donderdag week 2 (850873)De game simuleert een bedrijf met accountteams en expeditie en transport. Per account zijn administratie, planning en warehouse betrokken. Het doel van het vak is ervaren wat onderzoek en procesoptimalisatie in een bedrijfsomgeving vragen.
Maak per functie een overzicht van input, processtap en output: wat krijg je van wie, wat doe je en wat geef je aan wie door? Stem het schema af met de voorgaande en volgende stap. De klant komt op twee plekken in het proces voor.
- Breng per functie inkomende en uitgaande goederenstromen in kaart.
- Breng per functie inkomende en uitgaande informatiestromen in kaart.
- Voeg de stappen samen tot één geheel met een begin- en eindpunt.
- Neem eventuele voorraadpunten op.
- Bewaar de foto van het schema, feedback en leerpunten; later voeg je kaizen bursts voor de gevonden problemen toe.
Een processchema geeft overzicht van stromen en stappen; een probleemkluwen geeft relaties tussen problemen. Ze vullen elkaar aan. De dia’s bevatten de onderstaande symboollegenda; de volledige tekenmethodiek uit Visser en Van Goor, p. 48, staat in een gekoppeld boek dat niet is opgehaald.
| Symbool uit dia 17 | Betekenis |
|---|---|
| Cirkel | Begin- of eindpunt van een stroom. |
| Rechthoek | Processtap. |
| Driehoek met de punt omlaag | Voorraadpunt. |
| Rode brede pijl | Goederenstroom. |
| Zwarte pijl | Informatiestroom. |
| Zwarte pijl met twee punten | Informatiestroom in twee richtingen. |
| Onderbroken pijl | Geldstroom. |
| Spelvoorwaarde uit de dia’s | Betekenis bij het onderzoeken |
|---|---|
| Simulatie: één jaar in twaalf minuten; klant bestelt iedere dertig seconden. | Koppel meetgegevens aan de tijdindeling van de game. |
| Maximaal drie pallets per rit en één regio tegelijk. | Neem beperkingen van vervoer mee wanneer je alternatieven beoordeelt. |
| Aanvankelijk geen combiritten voor klanten; later onderhandelbaar. | Maak expliciet welke afspraken gelden voor de onderzochte ronde. |
| Levering bevat producten, orderkaart en vrachtbrief met ordergegevens. | Onderzoek ook de samenhang van goederen en informatie. |
Week 2 · donderdag: het probleem scherp omschrijven
Sheets donderdag week 2 (850909), dia 24-35; Probleemkluwen Berenbroek BV (850891), Description.Text| Begrip | Plaats en functie |
|---|---|
| Handelingsprobleem | Rechts in de kluwen: het zichtbare probleem dat je wilt oplossen. |
| Tussenprobleem | In het midden: gevolg van een oorzaak en oorzaak van een volgend probleem. |
| Kernprobleem | Links: beïnvloedbare oorzaak zonder verdere beïnvloedbare oorzaak binnen de afbakening. |
- Formuleer elk probleem als iets wat misgaat.
- Vermijd vage containerbegrippen zoals slecht, communicatie of efficiency zonder verdere concretisering.
- Koppel waar mogelijk een meetbare variabele en eenheid aan het probleem.
- Leg alleen onderbouwbare oorzaak-gevolgrelaties vast.
- Laat pijlen naar het handelingsprobleem wijzen. Met de pijl mee moet je kunnen zeggen: dit zorgt ervoor dat. Tegen de pijl in: dit wordt veroorzaakt door.
- Kies een beïnvloedbaar kernprobleem waarvan aanpak naar verwachting veel effect heeft; betrek de opdrachtgever bij die keuze.
In de opdracht maak je één handelingsprobleem zichtbaar en controleer je de keten op logica. Koppel de problemen ook aan TIM WOODT en aan de betreffende processtap met kaizen bursts. Bespreek beide kluwens, verwerk feedback en bewaar leerpunten.
De hoofdvraag uit de les bevat het handelingsprobleem, een kwantitatief doel, het tijdvak waarin dat doel gehaald moet worden en de gekozen kernproblemen. In de diagnose werk je daarvoor deelvragen uit.
Week 2 · vrijdag: klantwaarde en de acht verspillingen
Pas op voor Tim Woodt (Koet, z.d.), p. 1-4; TIM WOODT mindmap (850888), Description.Text; vrijdag week 2 (850874)Voor Customer Value Added moeten drie voorwaarden tegelijk gelden: de klant waardeert de toevoeging en wil ervoor betalen, de activiteit brengt de input naar een hoger niveau en de activiteit wordt in één keer goed uitgevoerd.
| Soort activiteit | Wat doe je ermee? |
|---|---|
| Waarde toevoegend | Behouden en de uitvoering waar mogelijk verbeteren. |
| Type I: noodzakelijk, Operational Value Added | De noodzakelijke functie behouden, de activiteit minimaliseren en optimaliseren. |
| Type II: vermijdbaar | Verwijderen omdat de activiteit noch voor de klant noch voor het bedrijf nodig is. |
| TIM WOODT | Waar let je op? |
|---|---|
| Transport | Onnodige overdracht van materiaal of output, ook digitaal. |
| Inventory | Te veel eindvoorraad of voorraad tussen stappen; beheer, kapitaalbeslag en risico. |
| Motion | Onnodige bewegingen tijdens werk, zoals zoeken naar een hulpmiddel. |
| Waiting | Producten, dossiers of medewerkers die wachten. |
| Overproduction | Meer of eerder maken dan gevraagd of dan de volgende stap kan verwerken. |
| Over-processing | Inhoudelijk meer doen of kwaliteit leveren dan de klant vraagt. |
| Defects | Fouten, herstelwerk, afkeur en verlies van materiaal of capaciteit. |
| Talent | Kennis en ervaring van mensen niet goed benutten. |
Verspillingen versterken elkaar. Als processtappen met verschillende snelheden werken, kunnen tussenvoorraden ontstaan. Die leiden tot wachten, langere doorlooptijd en extra bewaking en beheer. Te veel produceren kan deze keten starten. Het artikel beschrijft doorlooptijd als bewerkingstijd plus wachttijd.
Bij transport gaat het om het verplaatsen van materiaal of output tussen stappen. Motion gaat om onnodige handelingen tijdens een bewerking. Overproduction gaat om aantallen of te vroeg produceren; over-processing om inhoudelijk te veel werk of kwaliteit.
Maak de mindmap als hulpmiddel om de soorten verspilling systematisch langs te lopen. Vergelijk de mindmaps en bespreek feedback en leerpunten. De classificatie helpt zoeken, maar bewijst niet dat je alle verspilling hebt gevonden.
Week 2 · verdieping: probleemanalyse en een passende onderzoeksaanpak
Theorie Probleemanalyse: Leen & Mertens (2021), boek p. 47-63Een opdracht van een manager is nog geen vastgestelde probleemanalyse. De oorzaak kan onbekend zijn terwijl de oplossing al is gekozen. Vooronderzoek voorkomt dat je alleen symptomen bestrijdt of een verkeerde opdracht uitvoert.
Meervoudig kijken met Pennink
| Perspectief | Wat onderzoek je? |
|---|---|
| Manager en diens concepten | Hoe de opdrachtgever het probleem ziet, wat al gedaan is en welke kennis en verwachtingen meespelen. |
| Organisatie | Ervaringen, belangen, cijfers en documenten van direct en indirect betrokkenen. |
| Wetenschap | Theorie en vakbegrippen die waarnemingen helpen duiden. |
| Onderzoeker | Je eigen voorkennis, interpretatie en bereidheid om van perspectief te wisselen. |
Conceptualiseren betekent het probleem omschrijven met begrippen die naar theorie of concepten verwijzen. Maak ook de belangen en houding van stakeholders zichtbaar. Beschrijf de situatie en controleer bij betrokkenen of die beschrijving klopt.
Een redenering toetsen met Toulmin
| Onderdeel | Functie |
|---|---|
| Claim | Uitspraak waarvan je de waarde of waarheid wilt bepalen. |
| Gegevens | Feiten waarop je de claim baseert, met inzicht in herkomst en kwaliteit. |
| Rechtvaardiging | Uitleg van het verband tussen gegevens en claim. |
| Ondersteuning | Onderbouwing van die rechtvaardiging, bijvoorbeeld met theorie. |
| Voorbehoud | Uitzondering die invloed kan hebben op de claim. |
| Modale term | Eventuele nuancering van de claim vanwege het voorbehoud. |
Kennis en consensus bepalen de aanpak
| Aanwezige kennis | Consensus over het probleem | Passende aanpak uit het boek |
|---|---|---|
| Veel | Veel | Projectmatige aanpak: regelen en uitvoeren. |
| Weinig | Veel | Beleidsondersteunend onderzoek: het kennishiaat oplossen. |
| Veel | Weinig | Diplomatieke aanpak: omgaan met belangen en verschillen. |
| Weinig | Weinig | Actieonderzoek: een interactief leerproces op gang brengen. |
Bij beleidsondersteunend onderzoek maak je onderbouwde kennis voor besluiten; de kennisproducent en kennisgebruiker zijn gescheiden. Bij actieonderzoek ontwikkelen en gebruiken betrokkenen samen kennis om hun handelen te verbeteren. Dat is cyclisch: gegevens verzamelen, analyseren, handelen en opnieuw leren beïnvloeden elkaar. Beide vormen kunnen kwantitatieve en kwalitatieve methoden gebruiken.
Werk de analyse uit als een trechter: van context en aanleiding naar een scherp afgebakend probleem en kennisvraag. De 6W-formule vraagt naar aanleiding, aard, ontstaan, betrokkenen, belang en afbakening. Het boek waarschuwt dat alleen deze vragen beantwoorden oppervlakkig kan blijven; combineer perspectieven en onderbouw je redenering.
Week 2 · vrijdag: technisch ontwerp voor de diagnose
Technisch ontwerp Diagnose (850892), Description.Text; Sheets donderdag week 2 (850909), dia 34-35De opdracht stelt de kennisvraag centraal welke factoren de doorlooptijd van Berenbroek BV bepalen en wat hun impact is. De opdracht beschrijft Suri’s visie dat je de doorlooptijd van de order als geheel moet onderzoeken. De bron is hier de opdrachtomschrijving, niet het gekoppelde boek.
- Bepaal welke informatie nodig is om de totale doorlooptijd en de invloed van verspillingen te begrijpen.
- Leg vooraf vast wat je meet en hoe je het meet.
- Maak waar mogelijk de verdeling over processtappen zichtbaar.
- Bedenk hoe je variatie tijdens de ronde kunt volgen.
- Maak problemen uit de kluwen meetbaar.
- Controleer vóór het meten of de gekozen gegevens de kennisvraag kunnen beantwoorden.
- Bespreek het plan, verwerk feedback en bewaar het einddocument en leerpunten.
Week 3 · woensdag: GenAI gebruiken om zelf te leren
GenAI gebruikskader (HAN Technische Bedrijfskunde, 2026), hoofdstukken 2-4; Workshop GenAI (915746), dia 6-17| Ondersteuning | Doel |
|---|---|
| Instructie | Kennis opdoen over hoe de wereld werkt. |
| Feed-up | Doelen, verwachtingen en succescriteria begrijpen. |
| Feedback | Zien waar je staat ten opzichte van die doelen en criteria. |
| Feed-forward | Een volgende stap bepalen om het verschil te overbruggen. |
| Betrokkenheid | Wie stuurt het denkwerk? |
|---|---|
| Passief | Het systeem levert inhoud en je neemt die over. |
| Semi-actief | Het systeem stelt iets voor, jij beoordeelt en past aan. |
| Constructief | Jij bedenkt de inhoud, vraagt ondersteuning en verwerkt die zelf. |
| Interactief | Jij begint en gaat in gesprek over de terugkoppeling, waardoor je nieuwe inzichten ontwikkelt. |
De workshop legt leren uit als het opbouwen van schema’s in het langetermijngeheugen door actief te oefenen. Als een systeem het denkwerk overneemt, kan het taakresultaat goed lijken terwijl de eigen kennisopbouw achterblijft. Behandel dit als de uitleg uit de workshop; de onderliggende onderzoeksartikelen zijn hier niet zelfstandig onderzocht.
| Brongebruik | Valkuil of goede werkwijze |
|---|---|
| AI-tekst overnemen zonder broncontrole | Geen controleerbare kennisbasis. |
| Een aangedragen bron lezen zonder de kwaliteit te beoordelen | Schijnbetrouwbaarheid. |
| AI-inhoud gebruiken met een verwijzing naar een ongelezen boek of artikel | Schijnvaliditeit. |
| De aangedragen bron zelf lezen en de kwaliteit beoordelen | Controleerbaar brongebruik volgens het gebruikskader. |
Het gebruikskader vraagt beoordeling van actualiteit, betrouwbaarheid, nauwkeurigheid, deskundigheid en doel of neutraliteit van informatie. Het noemt daarvoor CRAAP; de workshop noemt ook AAOCC maar werkt die letters niet uit. Leer hier de beoordelingsvragen en neem geen AI-tekst als zelfstandige bron.
- Beschrijf in een prompt rol, gedrag, context, verwachtingen, doel en gewenste vorm.
- Geef grenzen aan: welke onderdelen van het denken en schrijven wil je zelf blijven doen?
- Gebruik een account en neem links naar de gebruikte chats op in de verantwoording van het beroepsproduct.
- Gebruik informatie uit de bron zelf.
- Het gebruikskader vraagt bedrijfsnamen en bedrijfsspecifieke informatie generiek te houden.
- Vraag zo concreet mogelijk en bespreek kritische verdiepingsvragen.
Week 3 · donderdag en vrijdag: meten en visualiseren
Donderdag en vrijdag week 3 (850875, 850876); Presentatie Probleemidentificatie (850895), Theorie Spaghetti Diagram / MCT (850897), Diagrammen maken (850898), Description.TextIn de tweede ronde voer je het meetplan uit. Verwerk de gegevens en maak zichtbaar welke conclusies ze ondersteunen. De presentaties en diagrammen vormen onderdelen van het portfolio.
| Product | Wat moet het laten zien? |
|---|---|
| Presentatie probleemidentificatie | Aanleiding, norm en werkelijkheid, voorlopige vraag, gebruikte theorie, meetaanpak, processchema, problemen en kluwen. |
| Conclusie en aanbevelingen | Welke kernproblemen nader onderzocht moeten worden en welk inzicht dat moet opleveren. |
| MCT-map | Doorlooptijden en wachttijden op basis van je eigen gegevens. |
| Spaghettidiagram | Verplaatsingen op basis van je eigen gegevens. |
De presentatie heeft minimaal een kop, romp en staart. Loop door de onderzoekscyclus: probleemanalyse en conceptueel ontwerp, technisch ontwerp, resultaten van de analyse, conclusies en aanbevelingen. Maak duidelijk hoe de gebruikte aanpak tot de getoonde resultaten leidt.
Voor MCT en spaghettidiagram onderzoek je informatie via verschillende routes: GenAI, Google, Perplexity en HAN Studiecentra. Maak vooraf een checklist voor betrouwbaarheid. Beoordeel bronnen op betrouwbaarheid en toepasbaarheid, vergelijk de opbrengst en motiveer de keuze. De opdracht gebruikt hiervoor scores van één tot tien; er is geen verdere scoringsrubric meegeleverd.
Week 3 · vrijdag: financiële gevolgen en de spelformulieren
Financiële analyse Berenbroek BV (850899), Description.Text; vrachtbrief (850915), ritlijst (850916), ritregistratielijst (850917), picklijst (850918); Sheets donderdag week 2 (850909), dia 12, afbeeldingen met kostentabel en opbrengstgrafiek- Bepaal per order doorlooptijd en opbrengst op basis van de ritgegevens.
- Onderzoek extra wachttijd door samenvoegen en besparing in vrachtkosten.
- Bepaal welke omzet door de langere doorlooptijd verloren gaat.
- Vergelijk mono-, lagen- en bontproducten.
- Onderzoek per producttype wat wachten kost en waar besparen op vervoer opweegt tegen omzetverlies.
- Neem ook arbeid en verloren omzet door andere problemen uit de kluwen mee.
Maak in Excel onderscheid tussen invoer en berekende waarden. Gebruik celverwijzingen in berekeningen in plaats van vast ingetypte getallen. Zet doorlooptijd en omzet per producttype in een tabel en gebruik VERT.ZOEKEN om de waarden in berekeningen op te halen. De opdracht vraagt ook naar vervoerskosten per product bij één, twee of drie producten per vrachtwagen.
| Kostenpost zoals benoemd in dia 12 | Bedrag in duizenden euro’s |
|---|---|
| Pers. Account | 10 |
| Tafel | 15 |
| Pers. Expeditie | 15 |
| Time out | 10 |
| Rit | 6 |
| Overhead | 50 |
De opbrengstgrafiek in dezelfde dia laat zien dat de opbrengst afneemt bij een langere levertijd en onderscheidt Bont, Lagen en Pallet. Die verschillen maken het belangrijk de financiële afweging per producttype te maken. De dia geeft geen exacte tabel achter de grafiek of volledige omzetformule; de eenheid van de levertijdas staat niet expliciet aangegeven.
| Formulier | Beschikbare gegevens in het lege voorbeeld |
|---|---|
| Vrachtbrief | Account, regio, order, referentie, type, productomschrijving en aantallen; ritnummer, verzend- en ontvangstperiode, retourreden. |
| Ritlijst | Ritnummer, orderreferenties, type en account; regio, geladen periode, geladen-controle en ontvangstparaaf. |
| Ritregistratielijst | Ritnummer, regio, verzendtijd, chauffeur en aantal ritten per account. |
| Picklijst | Account, regio, order, referentie, type, productomschrijving en aantal; ritnummer en verzameld-controle. |
Week 4 · donderdag: onderbouwde theorie zoeken
Donderdag week 4 (850877); Theorie diverse onderwerpen (850901), Description.Text; GenAI gebruikskader, paragraaf 3.1De ontwerpfase vraagt zelf gezochte, gecontroleerde informatie over theorie, methoden en modellen. Verdeel de onderwerpen en gebruik het stappenplan van HAN Informatievaardigheden. Leg vast wat bruikbaar is voor de ontwerpbeslissing en waarom.
- Sluit de zoekvraag aan op de diagnose en op wat je wilt veranderen.
- Lees de bron zelf en beoordeel kwaliteit en bruikbaarheid voor de casus.
- Maak duidelijk hoe een gevonden aanpak je ontwerp ondersteunt.
- Bewaar de verzamelde informatie, feedback en leerpunten.
Week 4 · vrijdag: criteria, brainstorm, testen en kiezen
Vrijdag week 4 (850878); Ontwerpcriteria (850905), Brainstormontwerp (850903), Ontwerp proces (850904), Description.TextVertaal de diagnose naar duidelijke ontwerpcriteria, procesindicatoren en doelstellingen. Stem die met de docent af voordat je brainstormt. De opdracht noemt een CTQ-boom als mogelijkheid, maar bevat geen uitleg van de afkorting of de methode.
Maak voor de brainstorm een plan met aandacht voor wat het proces helpt en welke valkuilen je wilt voorkomen. De hele projectgroep genereert ten minste twintig ideeën. In deze creatieve fase hoeft betaalbaarheid of haalbaarheid de ideeën nog niet te beperken. Evalueer vervolgens hoe de brainstorm verliep en neem observaties van de docent mee.
- Werk twee alternatieve ontwerprichtingen uit, één per deelgroep.
- De richtingen zijn alternatieven en vullen elkaar niet alleen aan; een verbeteractie mag in beide terugkomen.
- Gebruik meetbare criteria om het ontwerp te testen of te simuleren.
- De opdracht noemt bijvoorbeeld tijd meten voor een nieuw formulier en producten door een nagebouwd proces laten lopen om ophoping te onderzoeken.
- Maak een MCA: beoordeel de richtingen op de criteria en de verwachte procesprestaties, zo nodig aangevuld met investeringskosten of haalbaarheid.
- Presenteer de keuze langs de onderzoekscyclus en bewaar product, feedback en leerpunten.
Week 5 · donderdag: het ontwerp uitvoeren en beoordelen
Donderdag week 5 (850879); Sheets donderdag week 2 (850909), dia 37-38; Theorie PDOVE, boek p. 23Presenteer het ontwerp, voer het uit in de derde ronde en verwerk de meetgegevens. Het ontwerp beschrijft de gewenste oplossing; verandering is het werkelijk invoeren ervan.
Een implementatieplan benoemt acties, wie daarvoor verantwoordelijk is en wanneer ze gereed moeten zijn. Het kan ook beschrijven wat nodig is om mensen mee te krijgen. Houd het verloop van de invoering in de gaten, zodat je begrijpt waarom het resultaat ontstaat.
Evaluatie vraagt of het doel is bereikt en waarom wel of niet. Een tegenvallende uitkomst kan samenhangen met de probleemkeuze, de diagnose, het ontwerp of de uitvoering. Stel dus niet zonder onderzoek vast dat de oplossing zelf de enige oorzaak is.
Week 5 · vrijdag: Kotter, FMEA en bedrijfsbreed ontwerp
Vrijdag week 5 (850919); modulebeschrijving Week 5, Description.TextDe agenda noemt een presentatie van de evaluatie, verandermanagement volgens Kotter, FMEA, een bedrijfsbreed ontwerp en het testen daarvan. De leerdoelen vragen kennis van het principe van Kotters acht stappen en het principe achter FMEA.
De agenda geeft ook geen volledige opdrachtomschrijving of beoordelingscriteria voor het bedrijfsbrede ontwerp. Zorg dat je het eigen product, de testgegevens, feedback en leerpunten kunt uitleggen, maar lees aanvullende aanwijzingen op Brightspace.
Week 6 · donderdag: vierde ronde en evaluatie
Donderdag week 6 (850920); modulebeschrijving Week 6, Description.Text; Theorie PDOVE, boek p. 23Na de ontwerppresentatie speel je de vierde ronde. Verwerk opnieuw de meetgegevens en voer een evaluatie uit. De opdrachtlijn vraagt steeds dat de verbetering zichtbaar is en met theorie en data kan worden toegelicht.
- Koppel de resultaten aan de vooraf gestelde doelen.
- Leg uit welke verandering daadwerkelijk is uitgevoerd.
- Controleer of de gegevens je conclusie over succes of tekortschieten ondersteunen.
- Maak duidelijk wat een vervolgonderzoek of bijstelling moet opleveren.
Je kunt de evaluatie gebruiken om terug te kijken op eerdere fasen. Als de diagnose onvolledig bleek, kan een nieuw onderzoek nodig zijn. De cyclus betekent dat leren van de uitkomst weer tot een volgende verbetering kan leiden.
Week 6 · vrijdag: portfolio en assessment voorbereiden
Vrijdag week 6 (850921); Oefenassessment (850925), Description.Text; Toetsinformatie (850870)De les noemt reflectie op de game, vragenschema’s, assessmentvragen en een portfoliocheck. De oefenopdracht verdeelt de weken over de groep: ieder bedenkt acht vragen met antwoorden en de groep voegt ze samen.
| Niveau | Wat oefen je? |
|---|---|
| Kennis en begrip | Theorie uitleggen en laten zien hoe je die toepast. |
| Toepassing en analyse | Relaties tussen begrippen en oorzaken en gevolgen uitleggen. |
De oefenopdracht noemt de relatie tussen OHW, verspilling en doorlooptijd als voorbeeld van verdieping. Het artikel beschrijft de keten van tussenvoorraad naar wachten en langere doorlooptijd. Een aparte definitie of formule voor OHW is niet meegeleverd.
Week 7 en 8 · afronding en individueel assessment
Weekoverzicht (850869); Toetsinformatie (850870); modulebeschrijvingen Week 7 en Week 8Week 7 heet afronding, maar bevat in de dump geen topics of inhoudelijke uitleg. In week 8 staat het assessment centraal. De toetsinformatie noemt zes vragen in twaalf minuten; de vragen gaan over theorie en de toepassing op de wereld om je heen.
Het portfolio is een voorwaarde voor deelname, wordt als zipbestand ingeleverd en mag tijdens het gesprek niet worden gebruikt. De beoordelingsscores per vraag zijn 0, 2, 3 of 4. Het cijfer is de som van de zes scores gedeeld door 2,4.
Volgens de opgehaalde toetsinformatie is de deadline zondag 25 oktober 2026 in Handin en zijn de individuele assessments op 28, 29 en 30 oktober. Het gekoppelde document met individuele tijden en locaties is niet opgehaald. Controleer je eigen planning en aanvullende berichten op Brightspace.
De toetsingspagina bevat de volledige beschikbare rubric en een checklist. De kennisquiz helpt begrippen herkennen; de oefenassessments trainen het hardop verklaren en toepassen. Geen van beide voorspelt welke vragen je werkelijk krijgt.
Wat er nog niet in zit
Broninventaris TBVITB01; Brightspace-dump van 13 oktober 2026Link-topics met opdrachten zijn wel verwerkt voor zover hun Description.Text de opdracht uitlegt. De gelinkte artikelen, video’s, boeken en bijlagen zijn daarmee nog niet gelezen. De lege tekstextracties van hoofdstuk 1 en 3 en de vier formulieren zijn aangevuld door de originelen visueel te lezen.
Geraadpleegde bronnen en vindplaatsen
Lokale bestanden en courses.TBVITB01 in de Brightspace-dumpDeze samenvatting verwijst per onderdeel naar het bestand, de lespagina of de topicbeschrijving. Auteur-datumverwijzingen staan bij de beschikbare publicaties. Voor het lesmateriaal zonder publicatiegegevens is de titel met topicnummer de vindplaats; er zijn geen namen van docenten of studenten overgenomen.
- HAN Technische Bedrijfskunde. (2026, 23 augustus). GenAI gebruikskader [Opleidingsmateriaal]. Lokaal bestand 913335.
- Inleiding TBK lesweek 1 Rapportagetechniek deel 1. (z.d.). [Lesdia’s]. Lokaal bestand 905889. De adviezen uit Elling (2023) zijn via deze dia’s gelezen, niet uit het volledige boek.
- Koet, M. A. M. (z.d.). Pas op voor Tim Woodt: Haal de verspilling uit je werk! MKPC. Lokaal bestand 850887.
- Leen, J., & Mertens, J. (2021). Praktijkgericht onderzoek in bedrijf. Uitgeverij Coutinho. Geraadpleegd: hoofdstuk 1, p. 19-37 (850889), en hoofdstuk 3, p. 47-63 (850890).
- Rulkens-Zielman, A. (2018). Teams waar je bij wilt horen: Wat is teamontwikkeling en hoe pak ik dat aan? Inn-spiratie. Lokaal bestand 850880. De modellen van Tuckman en Lencioni zijn via dit e-book en de lesdia’s gelezen.
- Sheets donderdag week 1. (z.d.). [Lesdia’s]. Lokaal bestand 850906.
- Sheets donderdag week 2. (z.d.). [Lesdia’s]. Lokaal bestand 850909.
- Workshop GenAI in TBK. (z.d.). [Lesdia’s]. Lokaal bestand 915746.
- TBVITB01: Cursus- en opdrachtbeschrijvingen. (z.d.). [Brightspace-cursusinhoud]. Geraadpleegd uit de dump van 13 oktober 2026, waaronder alle Description.Text.
- TBVITB01: Weekoverzicht, toetsinformatie en lesprogramma’s week 1-6. (z.d.). [Brightspace-HTML]. Lokale bestanden 850869-850879 en 850919-850921.
- Vrachtbrief, ritlijst, ritregistratielijst en picklijst. (z.d.). [Lege spelformulieren]. Lokale bestanden 850915-850918.