SAMENVATTING · 20 onderdelen · ±28 min lezen

Inleiding Technische Bedrijfskunde: studiesamenvatting

In dit vak leer je een bedrijfsproces onderzoeken en verbeteren met de Lego Game als oefenomgeving. De rode draad is PDOVE: eerst het probleem begrijpen, daarna een ontwerp kiezen, invoeren en evalueren. Binnen elke fase gebruik je waar nodig de onderzoekscyclus om kennis te verzamelen en conclusies te onderbouwen. Teamvorming, rapportage en verantwoord brongebruik ondersteunen dit werk. De beschikbare stof is hieronder per week en les geordend; ontbrekende theorie is apart vermeld.

Waar dit op gebaseerd is: Gebaseerd op de dia’s, artikelen, gescande boekhoofdstukken, formulieren, HTML-lespagina’s en alle beschrijvingen onder courses.TBVITB01 in de Brightspace-dump van 13 oktober 2026.
Wat er (nog) niet in zit: De externe MCT-uitleg ontbreekt: het Sirris-artikel, de gekoppelde PDF en de videoserie. Daardoor zijn de exacte tekenregels en de betekenis van white space en grey space niet uitgewerkt. Ook ontbreken de aparte PDF met vragenschema-uitleg, de volledige processchemamethode uit Visser en Van Goor (p. 48), de mindmapvideo, de KPI-uitleg via Managementgoeroes en de uitleg via HAN Informatievaardigheden en APA-links. De symboollegenda voor het processchema is wel gelezen in dia 17 van week 2. Rapportagetechniek deel 2 en de volledige boeken zijn niet aanwezig; van Leen en Mertens zijn hoofdstuk 1 en 3 wel als scans gelezen. De zelf te verzamelen theorie over Lean-tools, brainstormtechnieken, Human Centered Design, CTQ, alternatieve beslismethoden, Kotters acht stappen en FMEA is niet opgehaald. De dia’s bevatten een kostentabel en opbrengstgrafiek, maar geen exacte omzetfunctie of ingevulde rondegegevens; de pagina Resultaten ronde 1 is leeg. Week 7 heeft geen materiaal; de assessmentplanning met individuele tijden is niet opgehaald. De volledige opdrachtvoorwaarden voor de reflectie op de game en het bedrijfsbrede ontwerp zijn niet beschreven in de beschikbare opdrachten. De week-2-leerdoelen noemen ook de relatie tussen onbalans, overbelasting en verspilling, maar de beschikbare uitleg werkt overbelasting niet afzonderlijk uit.

Week 1 · donderdag: een team bewust vormen

Theorie groepsdynamiek, hoofdstukken 2 en 3 (Rulkens-Zielman, 2018); Sheets donderdag week 1 (850906), dia 9-20
Een groep wordt een team als de leden een gezamenlijk doel hebben en elkaar nodig hebben om succesvol te zijn. Teamvorming vraagt aandacht voor gedrag en samenwerking.

Groepsdynamica gaat over de processen tussen groepsleden. Teamontwikkeling betekent dat je die processen bewust beïnvloedt. Een interventie is daarvoor een actieve, geplande ingreep. Begin met kijken hoe het team nu werkt, in plaats van meteen een activiteit te kiezen.

Tuckman: faseWat zie je?Valkuil uit de les
FormingMensen leren elkaar, hun rol en hun taak kennen.Kennismaking afdoen met een verplicht voorstelrondje.
StormingVerschillende belangen en gedrag veroorzaken wrijving; rollen worden duidelijker.Machtsspelletjes, subgroepen en mensen die afhaken.
NormingAfspraken, taakverdeling, loyaliteit en groepsgevoel groeien.Een gesloten, alleen op zichzelf gericht team vormen.
PerformingSamenwerking en gedeelde en individuele verantwoordelijkheid gaan soepel samen.Het team niet onderhouden of direct vanuit een nieuwe groep op deze fase mikken.

De les benadrukt dat je invloed hebt op elke fase en kunt teruggaan als het fundament ontbreekt. Het e-book noemt daarnaast adjourning: het uiteengaan van een tijdelijk team. De vier vormingsfasen staan centraal in de dia’s.

Lencioni: van basis naar topGewenst gedragBedreiging
VertrouwenKwetsbaarheid tonen, hulp vragen, talenten en ontwikkelpunten delen.Onkwetsbaarheid
Constructieve conflictenEcht zeggen wat je denkt en verschillen bespreken.Kunstmatige harmonie
CommitmentGlasheldere afspraken en instemming met de best werkbare oplossing.Onduidelijkheid
VerantwoordelijkheidJezelf en elkaar aanspreken op gedrag en prestaties.Lage standaard
Gezamenlijk resultaatPersoonlijke belangen ondergeschikt of hoogstens gelijk aan het teambelang.Status en ego

De lagen bouwen op elkaar voort. Zonder vertrouwen wordt een eerlijk meningsverschil moeilijk; zonder het echte gesprek blijven afspraken onduidelijk. Commitment is niet hetzelfde als wachten op volledige consensus. Maak duidelijk wie wat doet, waar, wanneer, waarom en hoe.

  • Interactie: elkaar constructief beïnvloeden. Assertiviteit betekent opkomen voor het team zonder de ander te benadelen.
  • Teamleren: met en van elkaar leren en het gedrag aanpassen aan de omgeving.
  • Laat na taakverdeling ieder in eigen woorden herhalen wat zijn actie is. Deze confirmation briefing maakt misverstanden zichtbaar.
Weinig zichtbaar conflict bewijst niet dat het team sterk is. Het kan ook betekenen dat mensen hun mening inslikken.

Week 1 · vrijdag: handelingscyclus en onderzoekscyclus

Theorie PDOVE: Leen & Mertens (2021), boek p. 19-37; Sheets donderdag week 2 (850909), dia 22-38; vrijdag week 1 (850871)
De handelingscyclus stuurt de verbetering van de praktijk. De onderzoekscyclus levert de kennis die je nodig hebt om daarin goede beslissingen te nemen.
PDOVE-faseCentrale vraagWat lever je op?
ProbleemidentificatieWat is de aard van het probleem?Zichtbaar probleem, beïnvloedbare oorzaken en een hoofdvraag.
DiagnoseWat zijn de oorzaken of wat is het verschil met de gewenste situatie?Onderbouwd inzicht in de bestaande situatie.
OntwerpWelke oplossing bereikt het doel?Criteria, uitgewerkte alternatieven en een keuze.
VeranderingHoe voer je de oplossing in?Acties en daadwerkelijke invoering.
EvaluatieIs het doel bereikt en waarom wel of niet?Oordeel over het resultaat en eventuele vervolgstappen.

Na elke fase volgt een beslissing. Een diagnose analyseert eerst de bestaande situatie en werkt niet naar een al gekozen oplossing toe. Bij een probleembepalende diagnose maak je vooral de gap tussen huidige en gewenste situatie zichtbaar. Bij een probleemverklarende diagnose zoek je naar werkelijke oorzaken.

De zes fasen van de onderzoekscyclus

  • Probleemanalyse en conceptueel ontwerp: baken het vraagstuk af en werk doel, vraagstelling, theorie, model en deelvragen uit.
  • Technisch ontwerp: kies strategie, databronnen, methoden en planning.
  • Dataverzameling: verzamel informatie die de vragen kan beantwoorden.
  • Data-analyse: onderzoek de verkregen informatie.
  • Conclusies en aanbevelingen: beantwoord de vraag op basis van de analyse en adviseer de opdrachtgever.
  • Rapportage en presentatie: leg de uitkomsten uit aan belanghebbenden.

Het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek verbindt beide cycli. In elke handelingsfase kan een aparte kennisvraag en een afzonderlijk onderzoek nodig zijn. De resultaten van de vorige fase vormen de basis voor de volgende. Ontbreken die, dan moet je teruggaan.

Kwaliteit en bewijs

KwaliteitseisVraag die je jezelf stelt
RelevantieIs de uitkomst bruikbaar voor het concrete probleem van de opdrachtgever en komt die op tijd?
BetrouwbaarheidSluit mijn uitvoering toeval voldoende uit? Zijn ongeveer dezelfde resultaten onder andere omstandigheden mogelijk?
ValiditeitPassen mijn indicatoren bij wat ik wil weten en kloppen de gelegde verbanden?
ConstructvaliditeitMeet ik daadwerkelijk het bedoelde begrip?
Interne validiteitKlopt de redenering van mijn bewijs naar mijn conclusie?

Evidence-based practice combineert kritisch denken met bewijs uit wetenschap, ervaring van professionals, belanghebbenden en gegevens binnen en buiten de organisatie. De stappen zijn: de kennisvraag formuleren, informatie zoeken, kwaliteit en relevantie beoordelen, informatie samenvoegen, toepassen en het besluit beoordelen. Niet ieder eenvoudig vraagstuk vraagt een volledig onderzoek; de benodigde bewijskracht en de complexiteit bepalen de grondigheid.

Onderzoek vraagt ook zorgvuldig handelen: deelnemers doen vrijwillig mee, kennen doel en werkwijze en hun gegevens worden vertrouwelijk en liefst anoniem verwerkt. Sta stil bij gevolgen voor deelnemers en presenteer uitkomsten eerlijk.

Week 1 · rapportagetechniek en portfolio-opbouw

Rapportagetechniek deel 1 (905889), dia 4-12; donderdag week 1 (850872); Toetsinformatie (850870)
Een rapport moet snel duidelijk maken waar het over gaat en waar de lezer informatie kan vinden. Het portfolio moet de gemaakte opdrachten herkenbaar bijeenbrengen.

De titelpagina bevat een informatieve titel en subtitel, auteursgegevens en studentnummer, datum, plaats en jaar, de instelling of het bedrijf waarvoor en waardoor het rapport is geschreven en een versienummer. Maak de titel kernachtig en laat het verband tussen onderwerpen zien.

  • Nummer de onderdelen van de kern en neem ongenummerde tussenkopjes niet op in de inhoudsopgave.
  • Gebruik voor bijlagen nummers en informatieve titels.
  • Laat titels in de inhoudsopgave exact overeenkomen met die in de tekst.
  • Zorg voor overzicht en plaats paginanummers onder elkaar.
  • Maak tijdig een inhoudsopgave en formuleer hoofdstuk- en paragraaftitels informatief.

Een vragenschema helpt bepalen wat een hoofdstuk op paragraaf- en alineaniveau moet beantwoorden. In week 2 werk je hiermee een hoofdstuk over probleemidentificatie uit en verwerk je feedback. De aparte uitleg-PDF is niet beschikbaar.

Plagiaat is werk of ideeën overnemen zonder correcte bronvermelding en als eigen werk presenteren. Dit geldt ook voor afbeeldingen, tabellen en code. De les verwijst voor APA en brongebruik naar de HAN Bibliotheek; de volledige APA-uitleg is niet opgehaald.

Bewaar niet alleen eindproducten. De dia’s omschrijven het portfolio als opdrachten, ontvangen feedback en leerpunten. De toetsinformatie vraagt een zipbestand met herkenbare bestandsnamen en controleert volledigheid.

Week 2 · donderdag: de Lego Game en het processchema

Sheets donderdag week 2 (850909), dia 4-20, inclusief symboollegenda in dia 17; Processchema maken (850894), Description.Text; donderdag week 2 (850873)

De game simuleert een bedrijf met accountteams en expeditie en transport. Per account zijn administratie, planning en warehouse betrokken. Het doel van het vak is ervaren wat onderzoek en procesoptimalisatie in een bedrijfsomgeving vragen.

Maak per functie een overzicht van input, processtap en output: wat krijg je van wie, wat doe je en wat geef je aan wie door? Stem het schema af met de voorgaande en volgende stap. De klant komt op twee plekken in het proces voor.

  • Breng per functie inkomende en uitgaande goederenstromen in kaart.
  • Breng per functie inkomende en uitgaande informatiestromen in kaart.
  • Voeg de stappen samen tot één geheel met een begin- en eindpunt.
  • Neem eventuele voorraadpunten op.
  • Bewaar de foto van het schema, feedback en leerpunten; later voeg je kaizen bursts voor de gevonden problemen toe.

Een processchema geeft overzicht van stromen en stappen; een probleemkluwen geeft relaties tussen problemen. Ze vullen elkaar aan. De dia’s bevatten de onderstaande symboollegenda; de volledige tekenmethodiek uit Visser en Van Goor, p. 48, staat in een gekoppeld boek dat niet is opgehaald.

Symbool uit dia 17Betekenis
CirkelBegin- of eindpunt van een stroom.
RechthoekProcesstap.
Driehoek met de punt omlaagVoorraadpunt.
Rode brede pijlGoederenstroom.
Zwarte pijlInformatiestroom.
Zwarte pijl met twee puntenInformatiestroom in twee richtingen.
Onderbroken pijlGeldstroom.
Spelvoorwaarde uit de dia’sBetekenis bij het onderzoeken
Simulatie: één jaar in twaalf minuten; klant bestelt iedere dertig seconden.Koppel meetgegevens aan de tijdindeling van de game.
Maximaal drie pallets per rit en één regio tegelijk.Neem beperkingen van vervoer mee wanneer je alternatieven beoordeelt.
Aanvankelijk geen combiritten voor klanten; later onderhandelbaar.Maak expliciet welke afspraken gelden voor de onderzochte ronde.
Levering bevat producten, orderkaart en vrachtbrief met ordergegevens.Onderzoek ook de samenhang van goederen en informatie.
De complete taakhandleidingen en ingevulde rondedata ontbreken. De beschikbare formulieren zijn lege voorbeelden, geen bewijs van een behaald resultaat.

Week 2 · donderdag: het probleem scherp omschrijven

Sheets donderdag week 2 (850909), dia 24-35; Probleemkluwen Berenbroek BV (850891), Description.Text
Begin bij het handelingsprobleem: het zichtbare verschil tussen norm en werkelijkheid. Zoek vervolgens naar beïnvloedbare oorzaken waarop je kunt ingrijpen.
BegripPlaats en functie
HandelingsprobleemRechts in de kluwen: het zichtbare probleem dat je wilt oplossen.
TussenprobleemIn het midden: gevolg van een oorzaak en oorzaak van een volgend probleem.
KernprobleemLinks: beïnvloedbare oorzaak zonder verdere beïnvloedbare oorzaak binnen de afbakening.
  • Formuleer elk probleem als iets wat misgaat.
  • Vermijd vage containerbegrippen zoals slecht, communicatie of efficiency zonder verdere concretisering.
  • Koppel waar mogelijk een meetbare variabele en eenheid aan het probleem.
  • Leg alleen onderbouwbare oorzaak-gevolgrelaties vast.
  • Laat pijlen naar het handelingsprobleem wijzen. Met de pijl mee moet je kunnen zeggen: dit zorgt ervoor dat. Tegen de pijl in: dit wordt veroorzaakt door.
  • Kies een beïnvloedbaar kernprobleem waarvan aanpak naar verwachting veel effect heeft; betrek de opdrachtgever bij die keuze.

In de opdracht maak je één handelingsprobleem zichtbaar en controleer je de keten op logica. Koppel de problemen ook aan TIM WOODT en aan de betreffende processtap met kaizen bursts. Bespreek beide kluwens, verwerk feedback en bewaar leerpunten.

De hoofdvraag uit de les bevat het handelingsprobleem, een kwantitatief doel, het tijdvak waarin dat doel gehaald moet worden en de gekozen kernproblemen. In de diagnose werk je daarvoor deelvragen uit.

De opdracht noemt het handelingsprobleem ook het eerste probleem in de keten. De dia’s maken de tekenrichting duidelijk: je begint je analyse bij het zichtbare probleem rechts en zoekt terug naar oorzaken; de oorzaakpijlen lopen naar rechts.

Week 2 · vrijdag: klantwaarde en de acht verspillingen

Pas op voor Tim Woodt (Koet, z.d.), p. 1-4; TIM WOODT mindmap (850888), Description.Text; vrijdag week 2 (850874)
Beoordeel activiteiten vanuit de klant: leveren ze waarde, zijn ze noodzakelijk voor het bedrijf, of kunnen ze weg?

Voor Customer Value Added moeten drie voorwaarden tegelijk gelden: de klant waardeert de toevoeging en wil ervoor betalen, de activiteit brengt de input naar een hoger niveau en de activiteit wordt in één keer goed uitgevoerd.

Soort activiteitWat doe je ermee?
Waarde toevoegendBehouden en de uitvoering waar mogelijk verbeteren.
Type I: noodzakelijk, Operational Value AddedDe noodzakelijke functie behouden, de activiteit minimaliseren en optimaliseren.
Type II: vermijdbaarVerwijderen omdat de activiteit noch voor de klant noch voor het bedrijf nodig is.
TIM WOODTWaar let je op?
TransportOnnodige overdracht van materiaal of output, ook digitaal.
InventoryTe veel eindvoorraad of voorraad tussen stappen; beheer, kapitaalbeslag en risico.
MotionOnnodige bewegingen tijdens werk, zoals zoeken naar een hulpmiddel.
WaitingProducten, dossiers of medewerkers die wachten.
OverproductionMeer of eerder maken dan gevraagd of dan de volgende stap kan verwerken.
Over-processingInhoudelijk meer doen of kwaliteit leveren dan de klant vraagt.
DefectsFouten, herstelwerk, afkeur en verlies van materiaal of capaciteit.
TalentKennis en ervaring van mensen niet goed benutten.

Verspillingen versterken elkaar. Als processtappen met verschillende snelheden werken, kunnen tussenvoorraden ontstaan. Die leiden tot wachten, langere doorlooptijd en extra bewaking en beheer. Te veel produceren kan deze keten starten. Het artikel beschrijft doorlooptijd als bewerkingstijd plus wachttijd.

Bij transport gaat het om het verplaatsen van materiaal of output tussen stappen. Motion gaat om onnodige handelingen tijdens een bewerking. Overproduction gaat om aantallen of te vroeg produceren; over-processing om inhoudelijk te veel werk of kwaliteit.

Maak de mindmap als hulpmiddel om de soorten verspilling systematisch langs te lopen. Vergelijk de mindmaps en bespreek feedback en leerpunten. De classificatie helpt zoeken, maar bewijst niet dat je alle verspilling hebt gevonden.

Week 2 · verdieping: probleemanalyse en een passende onderzoeksaanpak

Theorie Probleemanalyse: Leen & Mertens (2021), boek p. 47-63

Een opdracht van een manager is nog geen vastgestelde probleemanalyse. De oorzaak kan onbekend zijn terwijl de oplossing al is gekozen. Vooronderzoek voorkomt dat je alleen symptomen bestrijdt of een verkeerde opdracht uitvoert.

Meervoudig kijken met Pennink

PerspectiefWat onderzoek je?
Manager en diens conceptenHoe de opdrachtgever het probleem ziet, wat al gedaan is en welke kennis en verwachtingen meespelen.
OrganisatieErvaringen, belangen, cijfers en documenten van direct en indirect betrokkenen.
WetenschapTheorie en vakbegrippen die waarnemingen helpen duiden.
OnderzoekerJe eigen voorkennis, interpretatie en bereidheid om van perspectief te wisselen.

Conceptualiseren betekent het probleem omschrijven met begrippen die naar theorie of concepten verwijzen. Maak ook de belangen en houding van stakeholders zichtbaar. Beschrijf de situatie en controleer bij betrokkenen of die beschrijving klopt.

Een redenering toetsen met Toulmin

OnderdeelFunctie
ClaimUitspraak waarvan je de waarde of waarheid wilt bepalen.
GegevensFeiten waarop je de claim baseert, met inzicht in herkomst en kwaliteit.
RechtvaardigingUitleg van het verband tussen gegevens en claim.
OndersteuningOnderbouwing van die rechtvaardiging, bijvoorbeeld met theorie.
VoorbehoudUitzondering die invloed kan hebben op de claim.
Modale termEventuele nuancering van de claim vanwege het voorbehoud.

Kennis en consensus bepalen de aanpak

Aanwezige kennisConsensus over het probleemPassende aanpak uit het boek
VeelVeelProjectmatige aanpak: regelen en uitvoeren.
WeinigVeelBeleidsondersteunend onderzoek: het kennishiaat oplossen.
VeelWeinigDiplomatieke aanpak: omgaan met belangen en verschillen.
WeinigWeinigActieonderzoek: een interactief leerproces op gang brengen.

Bij beleidsondersteunend onderzoek maak je onderbouwde kennis voor besluiten; de kennisproducent en kennisgebruiker zijn gescheiden. Bij actieonderzoek ontwikkelen en gebruiken betrokkenen samen kennis om hun handelen te verbeteren. Dat is cyclisch: gegevens verzamelen, analyseren, handelen en opnieuw leren beïnvloeden elkaar. Beide vormen kunnen kwantitatieve en kwalitatieve methoden gebruiken.

Werk de analyse uit als een trechter: van context en aanleiding naar een scherp afgebakend probleem en kennisvraag. De 6W-formule vraagt naar aanleiding, aard, ontstaan, betrokkenen, belang en afbakening. Het boek waarschuwt dat alleen deze vragen beantwoorden oppervlakkig kan blijven; combineer perspectieven en onderbouw je redenering.

Het boek gebruikt kernprobleem in de beschrijving van de probleemstelling breder dan de kluwenles. Voor de kluwen volg je de dia’s: kernprobleem is een beïnvloedbare oorzaak, handelingsprobleem is het zichtbare probleem.

Week 2 · vrijdag: technisch ontwerp voor de diagnose

Technisch ontwerp Diagnose (850892), Description.Text; Sheets donderdag week 2 (850909), dia 34-35
Een probleemkluwen uit observaties is een startpunt. De diagnose moet laten zien hoe groot de effecten werkelijk zijn.

De opdracht stelt de kennisvraag centraal welke factoren de doorlooptijd van Berenbroek BV bepalen en wat hun impact is. De opdracht beschrijft Suri’s visie dat je de doorlooptijd van de order als geheel moet onderzoeken. De bron is hier de opdrachtomschrijving, niet het gekoppelde boek.

  • Bepaal welke informatie nodig is om de totale doorlooptijd en de invloed van verspillingen te begrijpen.
  • Leg vooraf vast wat je meet en hoe je het meet.
  • Maak waar mogelijk de verdeling over processtappen zichtbaar.
  • Bedenk hoe je variatie tijdens de ronde kunt volgen.
  • Maak problemen uit de kluwen meetbaar.
  • Controleer vóór het meten of de gekozen gegevens de kennisvraag kunnen beantwoorden.
  • Bespreek het plan, verwerk feedback en bewaar het einddocument en leerpunten.
De opdracht vraagt expliciet naar white space en grey space van een MCT-diagram en een variabele die de grey space beïnvloedt. De uitleg waarnaar wordt verwezen ontbreekt. Deze termen en het antwoord op die specifieke variabelevraag zijn daarom niet ingevuld.

Week 3 · woensdag: GenAI gebruiken om zelf te leren

GenAI gebruikskader (HAN Technische Bedrijfskunde, 2026), hoofdstukken 2-4; Workshop GenAI (915746), dia 6-17
De opleiding wil dat je zelf blijft denken. Gebruik GenAI om vragen, feedback en nieuwe inzichten te krijgen en controleer informatie altijd in de oorspronkelijke bron.
OndersteuningDoel
InstructieKennis opdoen over hoe de wereld werkt.
Feed-upDoelen, verwachtingen en succescriteria begrijpen.
FeedbackZien waar je staat ten opzichte van die doelen en criteria.
Feed-forwardEen volgende stap bepalen om het verschil te overbruggen.
BetrokkenheidWie stuurt het denkwerk?
PassiefHet systeem levert inhoud en je neemt die over.
Semi-actiefHet systeem stelt iets voor, jij beoordeelt en past aan.
ConstructiefJij bedenkt de inhoud, vraagt ondersteuning en verwerkt die zelf.
InteractiefJij begint en gaat in gesprek over de terugkoppeling, waardoor je nieuwe inzichten ontwikkelt.

De workshop legt leren uit als het opbouwen van schema’s in het langetermijngeheugen door actief te oefenen. Als een systeem het denkwerk overneemt, kan het taakresultaat goed lijken terwijl de eigen kennisopbouw achterblijft. Behandel dit als de uitleg uit de workshop; de onderliggende onderzoeksartikelen zijn hier niet zelfstandig onderzocht.

BrongebruikValkuil of goede werkwijze
AI-tekst overnemen zonder broncontroleGeen controleerbare kennisbasis.
Een aangedragen bron lezen zonder de kwaliteit te beoordelenSchijnbetrouwbaarheid.
AI-inhoud gebruiken met een verwijzing naar een ongelezen boek of artikelSchijnvaliditeit.
De aangedragen bron zelf lezen en de kwaliteit beoordelenControleerbaar brongebruik volgens het gebruikskader.

Het gebruikskader vraagt beoordeling van actualiteit, betrouwbaarheid, nauwkeurigheid, deskundigheid en doel of neutraliteit van informatie. Het noemt daarvoor CRAAP; de workshop noemt ook AAOCC maar werkt die letters niet uit. Leer hier de beoordelingsvragen en neem geen AI-tekst als zelfstandige bron.

  • Beschrijf in een prompt rol, gedrag, context, verwachtingen, doel en gewenste vorm.
  • Geef grenzen aan: welke onderdelen van het denken en schrijven wil je zelf blijven doen?
  • Gebruik een account en neem links naar de gebruikte chats op in de verantwoording van het beroepsproduct.
  • Gebruik informatie uit de bron zelf.
  • Het gebruikskader vraagt bedrijfsnamen en bedrijfsspecifieke informatie generiek te houden.
  • Vraag zo concreet mogelijk en bespreek kritische verdiepingsvragen.
Een verwijzing naar een echte publicatie bewijst niet dat een door AI gemaakte weergave van die publicatie klopt. Je moet de bron zelf lezen.

Week 3 · donderdag en vrijdag: meten en visualiseren

Donderdag en vrijdag week 3 (850875, 850876); Presentatie Probleemidentificatie (850895), Theorie Spaghetti Diagram / MCT (850897), Diagrammen maken (850898), Description.Text

In de tweede ronde voer je het meetplan uit. Verwerk de gegevens en maak zichtbaar welke conclusies ze ondersteunen. De presentaties en diagrammen vormen onderdelen van het portfolio.

ProductWat moet het laten zien?
Presentatie probleemidentificatieAanleiding, norm en werkelijkheid, voorlopige vraag, gebruikte theorie, meetaanpak, processchema, problemen en kluwen.
Conclusie en aanbevelingenWelke kernproblemen nader onderzocht moeten worden en welk inzicht dat moet opleveren.
MCT-mapDoorlooptijden en wachttijden op basis van je eigen gegevens.
SpaghettidiagramVerplaatsingen op basis van je eigen gegevens.

De presentatie heeft minimaal een kop, romp en staart. Loop door de onderzoekscyclus: probleemanalyse en conceptueel ontwerp, technisch ontwerp, resultaten van de analyse, conclusies en aanbevelingen. Maak duidelijk hoe de gebruikte aanpak tot de getoonde resultaten leidt.

Voor MCT en spaghettidiagram onderzoek je informatie via verschillende routes: GenAI, Google, Perplexity en HAN Studiecentra. Maak vooraf een checklist voor betrouwbaarheid. Beoordeel bronnen op betrouwbaarheid en toepasbaarheid, vergelijk de opbrengst en motiveer de keuze. De opdracht gebruikt hiervoor scores van één tot tien; er is geen verdere scoringsrubric meegeleverd.

De leerdoelen noemen de visualisaties, maar de precieze tekenmethode zit in niet-opgehaalde externe uitleg. De site kan het doel en de eisen aan de opdracht uitleggen, niet alle tekenregels.

Week 3 · vrijdag: financiële gevolgen en de spelformulieren

Financiële analyse Berenbroek BV (850899), Description.Text; vrachtbrief (850915), ritlijst (850916), ritregistratielijst (850917), picklijst (850918); Sheets donderdag week 2 (850909), dia 12, afbeeldingen met kostentabel en opbrengstgrafiek
Orders combineren kan vervoer besparen, maar extra wachten veroorzaken. Beoordeel beide effecten per producttype voordat je concludeert dat combineren gunstig is.
  • Bepaal per order doorlooptijd en opbrengst op basis van de ritgegevens.
  • Onderzoek extra wachttijd door samenvoegen en besparing in vrachtkosten.
  • Bepaal welke omzet door de langere doorlooptijd verloren gaat.
  • Vergelijk mono-, lagen- en bontproducten.
  • Onderzoek per producttype wat wachten kost en waar besparen op vervoer opweegt tegen omzetverlies.
  • Neem ook arbeid en verloren omzet door andere problemen uit de kluwen mee.

Maak in Excel onderscheid tussen invoer en berekende waarden. Gebruik celverwijzingen in berekeningen in plaats van vast ingetypte getallen. Zet doorlooptijd en omzet per producttype in een tabel en gebruik VERT.ZOEKEN om de waarden in berekeningen op te halen. De opdracht vraagt ook naar vervoerskosten per product bij één, twee of drie producten per vrachtwagen.

Kostenpost zoals benoemd in dia 12Bedrag in duizenden euro’s
Pers. Account10
Tafel15
Pers. Expeditie15
Time out10
Rit6
Overhead50

De opbrengstgrafiek in dezelfde dia laat zien dat de opbrengst afneemt bij een langere levertijd en onderscheidt Bont, Lagen en Pallet. Die verschillen maken het belangrijk de financiële afweging per producttype te maken. De dia geeft geen exacte tabel achter de grafiek of volledige omzetformule; de eenheid van de levertijdas staat niet expliciet aangegeven.

FormulierBeschikbare gegevens in het lege voorbeeld
VrachtbriefAccount, regio, order, referentie, type, productomschrijving en aantallen; ritnummer, verzend- en ontvangstperiode, retourreden.
RitlijstRitnummer, orderreferenties, type en account; regio, geladen periode, geladen-controle en ontvangstparaaf.
RitregistratielijstRitnummer, regio, verzendtijd, chauffeur en aantal ritten per account.
PicklijstAccount, regio, order, referentie, type, productomschrijving en aantal; ritnummer en verzameld-controle.
De dia’s bevatten voorbeeldkosten en een opbrengstgrafiek, maar de formulieren zijn leeg en eigen rondegegevens ontbreken. Ook een exacte omzetformule of gegevenstabel achter de grafiek ontbreekt. Daarom worden hier geen financiële rondetotalen of exact break-evenresultaat berekend.

Week 4 · donderdag: onderbouwde theorie zoeken

Donderdag week 4 (850877); Theorie diverse onderwerpen (850901), Description.Text; GenAI gebruikskader, paragraaf 3.1

De ontwerpfase vraagt zelf gezochte, gecontroleerde informatie over theorie, methoden en modellen. Verdeel de onderwerpen en gebruik het stappenplan van HAN Informatievaardigheden. Leg vast wat bruikbaar is voor de ontwerpbeslissing en waarom.

  • Sluit de zoekvraag aan op de diagnose en op wat je wilt veranderen.
  • Lees de bron zelf en beoordeel kwaliteit en bruikbaarheid voor de casus.
  • Maak duidelijk hoe een gevonden aanpak je ontwerp ondersteunt.
  • Bewaar de verzamelde informatie, feedback en leerpunten.
De leerdoelen noemen Lean-tools, brainstormtechnieken, Human Centered Design en een alternatief voor MCA. De inhoud daarvan moet de student zelf zoeken; die theorie staat niet in de beschikbare bronbestanden. Er worden daarom geen uitgewerkte modellen voor toegevoegd.

Week 4 · vrijdag: criteria, brainstorm, testen en kiezen

Vrijdag week 4 (850878); Ontwerpcriteria (850905), Brainstormontwerp (850903), Ontwerp proces (850904), Description.Text
Werk van diagnose naar criteria, van criteria naar ideeën en alternatieven, en van testen naar een onderbouwde keuze.

Vertaal de diagnose naar duidelijke ontwerpcriteria, procesindicatoren en doelstellingen. Stem die met de docent af voordat je brainstormt. De opdracht noemt een CTQ-boom als mogelijkheid, maar bevat geen uitleg van de afkorting of de methode.

Maak voor de brainstorm een plan met aandacht voor wat het proces helpt en welke valkuilen je wilt voorkomen. De hele projectgroep genereert ten minste twintig ideeën. In deze creatieve fase hoeft betaalbaarheid of haalbaarheid de ideeën nog niet te beperken. Evalueer vervolgens hoe de brainstorm verliep en neem observaties van de docent mee.

  • Werk twee alternatieve ontwerprichtingen uit, één per deelgroep.
  • De richtingen zijn alternatieven en vullen elkaar niet alleen aan; een verbeteractie mag in beide terugkomen.
  • Gebruik meetbare criteria om het ontwerp te testen of te simuleren.
  • De opdracht noemt bijvoorbeeld tijd meten voor een nieuw formulier en producten door een nagebouwd proces laten lopen om ophoping te onderzoeken.
  • Maak een MCA: beoordeel de richtingen op de criteria en de verwachte procesprestaties, zo nodig aangevuld met investeringskosten of haalbaarheid.
  • Presenteer de keuze langs de onderzoekscyclus en bewaar product, feedback en leerpunten.
Voor de volgende game mag je twee veranderingen doorvoeren en het warehouse niet verplaatsen. Dat zijn spelvoorwaarden. De bron geeft geen verplichte MCA-gewichten of vaste rekentabel; die zijn hier niet verzonnen.

Week 5 · donderdag: het ontwerp uitvoeren en beoordelen

Donderdag week 5 (850879); Sheets donderdag week 2 (850909), dia 37-38; Theorie PDOVE, boek p. 23

Presenteer het ontwerp, voer het uit in de derde ronde en verwerk de meetgegevens. Het ontwerp beschrijft de gewenste oplossing; verandering is het werkelijk invoeren ervan.

Een implementatieplan benoemt acties, wie daarvoor verantwoordelijk is en wanneer ze gereed moeten zijn. Het kan ook beschrijven wat nodig is om mensen mee te krijgen. Houd het verloop van de invoering in de gaten, zodat je begrijpt waarom het resultaat ontstaat.

Evaluatie vraagt of het doel is bereikt en waarom wel of niet. Een tegenvallende uitkomst kan samenhangen met de probleemkeuze, de diagnose, het ontwerp of de uitvoering. Stel dus niet zonder onderzoek vast dat de oplossing zelf de enige oorzaak is.

Een uitgevoerd plan is nog geen bewezen verbetering. Vergelijk de meetgegevens met het doel en leg het verband met de doorgevoerde acties uit.

Week 5 · vrijdag: Kotter, FMEA en bedrijfsbreed ontwerp

Vrijdag week 5 (850919); modulebeschrijving Week 5, Description.Text

De agenda noemt een presentatie van de evaluatie, verandermanagement volgens Kotter, FMEA, een bedrijfsbreed ontwerp en het testen daarvan. De leerdoelen vragen kennis van het principe van Kotters acht stappen en het principe achter FMEA.

Er is geen uitgewerkte Kotter- of FMEA-theorie in de beschikbare bronnen. De acht stappen, risicoscores en een eventuele formule worden daarom niet ingevuld en niet getoetst in de kennisquiz. Dit blijft aanvullende voorbereiding voor het echte assessment.

De agenda geeft ook geen volledige opdrachtomschrijving of beoordelingscriteria voor het bedrijfsbrede ontwerp. Zorg dat je het eigen product, de testgegevens, feedback en leerpunten kunt uitleggen, maar lees aanvullende aanwijzingen op Brightspace.

Week 6 · donderdag: vierde ronde en evaluatie

Donderdag week 6 (850920); modulebeschrijving Week 6, Description.Text; Theorie PDOVE, boek p. 23

Na de ontwerppresentatie speel je de vierde ronde. Verwerk opnieuw de meetgegevens en voer een evaluatie uit. De opdrachtlijn vraagt steeds dat de verbetering zichtbaar is en met theorie en data kan worden toegelicht.

  • Koppel de resultaten aan de vooraf gestelde doelen.
  • Leg uit welke verandering daadwerkelijk is uitgevoerd.
  • Controleer of de gegevens je conclusie over succes of tekortschieten ondersteunen.
  • Maak duidelijk wat een vervolgonderzoek of bijstelling moet opleveren.

Je kunt de evaluatie gebruiken om terug te kijken op eerdere fasen. Als de diagnose onvolledig bleek, kan een nieuw onderzoek nodig zijn. De cyclus betekent dat leren van de uitkomst weer tot een volgende verbetering kan leiden.

Week 6 · vrijdag: portfolio en assessment voorbereiden

Vrijdag week 6 (850921); Oefenassessment (850925), Description.Text; Toetsinformatie (850870)

De les noemt reflectie op de game, vragenschema’s, assessmentvragen en een portfoliocheck. De oefenopdracht verdeelt de weken over de groep: ieder bedenkt acht vragen met antwoorden en de groep voegt ze samen.

NiveauWat oefen je?
Kennis en begripTheorie uitleggen en laten zien hoe je die toepast.
Toepassing en analyseRelaties tussen begrippen en oorzaken en gevolgen uitleggen.

De oefenopdracht noemt de relatie tussen OHW, verspilling en doorlooptijd als voorbeeld van verdieping. Het artikel beschrijft de keten van tussenvoorraad naar wachten en langere doorlooptijd. Een aparte definitie of formule voor OHW is niet meegeleverd.

Oefen zonder portfolio: geef een begrip in eigen woorden, pas het toe op een herkenbare situatie en beantwoord een kritische vervolgvraag.
De volledige reflectieopdracht ontbreekt. De agenda alleen maakt niet duidelijk welk reflectieformat verplicht is. De portfoliochecklist op de toetsingspagina vermeldt dit als nog te controleren.

Week 7 en 8 · afronding en individueel assessment

Weekoverzicht (850869); Toetsinformatie (850870); modulebeschrijvingen Week 7 en Week 8

Week 7 heet afronding, maar bevat in de dump geen topics of inhoudelijke uitleg. In week 8 staat het assessment centraal. De toetsinformatie noemt zes vragen in twaalf minuten; de vragen gaan over theorie en de toepassing op de wereld om je heen.

Het portfolio is een voorwaarde voor deelname, wordt als zipbestand ingeleverd en mag tijdens het gesprek niet worden gebruikt. De beoordelingsscores per vraag zijn 0, 2, 3 of 4. Het cijfer is de som van de zes scores gedeeld door 2,4.

Volgens de opgehaalde toetsinformatie is de deadline zondag 25 oktober 2026 in Handin en zijn de individuele assessments op 28, 29 en 30 oktober. Het gekoppelde document met individuele tijden en locaties is niet opgehaald. Controleer je eigen planning en aanvullende berichten op Brightspace.

De toetsingspagina bevat de volledige beschikbare rubric en een checklist. De kennisquiz helpt begrippen herkennen; de oefenassessments trainen het hardop verklaren en toepassen. Geen van beide voorspelt welke vragen je werkelijk krijgt.

Wat er nog niet in zit

Broninventaris TBVITB01; Brightspace-dump van 13 oktober 2026
De externe MCT-uitleg ontbreekt: het Sirris-artikel, de gekoppelde PDF en de videoserie. Daardoor zijn de exacte tekenregels en de betekenis van white space en grey space niet uitgewerkt. Ook ontbreken de aparte PDF met vragenschema-uitleg, de volledige processchemamethode uit Visser en Van Goor (p. 48), de mindmapvideo, de KPI-uitleg via Managementgoeroes en de uitleg via HAN Informatievaardigheden en APA-links. De symboollegenda voor het processchema is wel gelezen in dia 17 van week 2. Rapportagetechniek deel 2 en de volledige boeken zijn niet aanwezig; van Leen en Mertens zijn hoofdstuk 1 en 3 wel als scans gelezen. De zelf te verzamelen theorie over Lean-tools, brainstormtechnieken, Human Centered Design, CTQ, alternatieve beslismethoden, Kotters acht stappen en FMEA is niet opgehaald. De dia’s bevatten een kostentabel en opbrengstgrafiek, maar geen exacte omzetfunctie of ingevulde rondegegevens; de pagina Resultaten ronde 1 is leeg. Week 7 heeft geen materiaal; de assessmentplanning met individuele tijden is niet opgehaald. De volledige opdrachtvoorwaarden voor de reflectie op de game en het bedrijfsbrede ontwerp zijn niet beschreven in de beschikbare opdrachten. De week-2-leerdoelen noemen ook de relatie tussen onbalans, overbelasting en verspilling, maar de beschikbare uitleg werkt overbelasting niet afzonderlijk uit.

Link-topics met opdrachten zijn wel verwerkt voor zover hun Description.Text de opdracht uitlegt. De gelinkte artikelen, video’s, boeken en bijlagen zijn daarmee nog niet gelezen. De lege tekstextracties van hoofdstuk 1 en 3 en de vier formulieren zijn aangevuld door de originelen visueel te lezen.

Geraadpleegde bronnen en vindplaatsen

Lokale bestanden en courses.TBVITB01 in de Brightspace-dump

Deze samenvatting verwijst per onderdeel naar het bestand, de lespagina of de topicbeschrijving. Auteur-datumverwijzingen staan bij de beschikbare publicaties. Voor het lesmateriaal zonder publicatiegegevens is de titel met topicnummer de vindplaats; er zijn geen namen van docenten of studenten overgenomen.

  • HAN Technische Bedrijfskunde. (2026, 23 augustus). GenAI gebruikskader [Opleidingsmateriaal]. Lokaal bestand 913335.
  • Inleiding TBK lesweek 1 Rapportagetechniek deel 1. (z.d.). [Lesdia’s]. Lokaal bestand 905889. De adviezen uit Elling (2023) zijn via deze dia’s gelezen, niet uit het volledige boek.
  • Koet, M. A. M. (z.d.). Pas op voor Tim Woodt: Haal de verspilling uit je werk! MKPC. Lokaal bestand 850887.
  • Leen, J., & Mertens, J. (2021). Praktijkgericht onderzoek in bedrijf. Uitgeverij Coutinho. Geraadpleegd: hoofdstuk 1, p. 19-37 (850889), en hoofdstuk 3, p. 47-63 (850890).
  • Rulkens-Zielman, A. (2018). Teams waar je bij wilt horen: Wat is teamontwikkeling en hoe pak ik dat aan? Inn-spiratie. Lokaal bestand 850880. De modellen van Tuckman en Lencioni zijn via dit e-book en de lesdia’s gelezen.
  • Sheets donderdag week 1. (z.d.). [Lesdia’s]. Lokaal bestand 850906.
  • Sheets donderdag week 2. (z.d.). [Lesdia’s]. Lokaal bestand 850909.
  • Workshop GenAI in TBK. (z.d.). [Lesdia’s]. Lokaal bestand 915746.
  • TBVITB01: Cursus- en opdrachtbeschrijvingen. (z.d.). [Brightspace-cursusinhoud]. Geraadpleegd uit de dump van 13 oktober 2026, waaronder alle Description.Text.
  • TBVITB01: Weekoverzicht, toetsinformatie en lesprogramma’s week 1-6. (z.d.). [Brightspace-HTML]. Lokale bestanden 850869-850879 en 850919-850921.
  • Vrachtbrief, ritlijst, ritregistratielijst en picklijst. (z.d.). [Lege spelformulieren]. Lokale bestanden 850915-850918.